Kennisdossier - Omgaan met meertaligheid in het onderwijs

Kennisdossier - Meertaligheid in het onderwijsZoals op veel plaatsen in de wereld, leven er momenteel in het Nederlandse taalgebied (Nederland, België, Suriname) veel vragen over meertaligheid in het onderwijs.

Beleidsmakers, onderwijsprofessionals en ouders zitten met allerlei vragen. Op die vragen zijn ideologische antwoorden mogelijk, maar wat zegt de wetenschap? Wat zijn de meest recente wetenschappelijke inzichten?

De Nederlandse Taalunie, de beleidsorganisatie voor de Nederlandse taal in Nederland, België (Vlaanderen en Brussel) en Suriname, heeft een kennisdossier gepubliceerd met antwoorden op 24 vaak gestelde vragen over meertaligheid in het onderwijs. Titel van het dossier: 'Antwoorden op vragen over omgaan met meertaligheid in het onderwijs in het Nederlandse taalgebied'.

Het kennisdossier is een initiatief van de Nederlandse Taalunie, en werd gerealiseerd in een samenwerking met Meertalig.nl (Nederland) en Meertaligheid.be (België). Doel is het maatschappelijke debat te voeden met feitelijke en wetenschappelijk correcte informatie. Het dossier is voorlopig alleen in de Nederlandse taal beschikbaar.

Hoe kom je op school tot een talenbeleid dat recht doet aan alle talige competenties van iedere leerling?

Hoe kun je op school en in de klas omgaan met de verschillende thuis- en moedertalen van leerlingen?

Kunnen ouders thuis hun eigen taal blijven spreken of is het beter wanneer ze zelf overschakelen op het Nederlands?

Antwoorden op deze en een twintigtal andere vragen over meertaligheid in het onderwijs zijn nu terug te vinden in een nieuw kennisdossier 'Antwoorden op vragen over omgaan met meertaligheid in het onderwijs in het Nederlandse taalgebied'.


Meest recente wetenschappelijke inzichten

Eerst zijn in totaal 24 vragen over omgaan met meertaligheid in het onderwijs verzameld die al eens vaker door beleidsmakers, onderwijsprofessionals en ouders worden gesteld.

Vervolgens zijn deze vragen voorgelegd aan acht taalwetenschappers die in het Nederlandse taalgebied actief zijn.

Zij hebben de vragen elk vanuit hun eigen expertise beantwoord op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten.

Anna de Graaf (Meertalig.nl), Steven Delarue (Meertaligheid.be) en Kevin De Coninck (Nederlandse Taalunie) hebben ten slotte alle inbreng tot zo volledig mogelijke antwoorden verwerkt.


Vragen van beleidsmakers

Welke mogelijke voor- en nadelen heeft onderwijs in een bijkomende instructietaal naast het Nederlands voor diverse taalgebruikers op diverse onderwijsniveaus?

Vanaf welke leeftijd kan het Nederlands andere (instructie)talen naast zich krijgen zonder verstoring van de ontwikkeling van talige competenties in en met het Nederlands en met maximale winst voor de ontwikkeling van talige competenties in en met andere talen?

Hoe kan in het onderwijs op andere manieren aandacht worden besteed aan meertaligheid, naast het aanbieden van andere talen als vak of het lesgeven in andere talen?

Wat zijn essentiële elementen om op scholen tot een talenbeleid te komen dat recht doet aan alle talige competenties en ontwikkelingen van leerlingen?

Wat zijn voor- en nadelen van taalbadklassen voor anderstalige nieuwkomers? Betekent meer Nederlands voor hen ook altijd beter Nederlands?

Welke factoren bepalen en beïnvloeden taalverwerving en -ontwikkeling? Is het mogelijk talige competenties in meerdere talen tegelijk te verwerven en te ontwikkelen? En hoe ga je in het onderwijs om met verschillende taalniveaus waarop leerlingen zich bevinden?


Vragen van onderwijsprofessionals

Welk talengebruik is op dit moment in het onderwijs toegestaan, op macro-, meso- en microniveau? Mogen er ook andere talen dan het Nederlands worden gebruikt tijdens de lessen, op de speelplaats en in de communicatie van de school met leerlingen en ouders?

Op welke manieren kan je de taalvariatie en meertaligheid van leerlingen in de klas of op school in kaart brengen en hoe kan je deze informatie benutten in je werk?

Hoe kan je op school en in de klas omgaan met andere thuistalen en -variëteiten van leerlingen? Onder welke omstandigheden en op welke manieren kan je deze al dan niet aan bod laten komen en wat zijn de mogelijke voor- en nadelen hierbij?

Hoe kan aan je talensensibilisering doen in de klas en op school en wat zijn de voor- en nadelen hiervan voor leerlingen, onderwijzend personeel en onderwijsaanbieders?

Hoe werkt translanguaging in de praktijk en wanneer kan het worden toegepast? Hoe ga je als leerkracht om met leerlingen die onderling een taal spreken die je zelf niet beheerst?

Welke voor- en nadelen heeft het benutten van thuistalen en -variëteiten in de klas om tot functioneel meertalig leren te komen en hoe kan je dat als leerkracht verwezenlijken?

Hoe kan je als leerkracht weten in welk stadium van taalontwikkeling leerlingen zitten? Hoe geef je als leerkracht het best feedback op het taalgebruik van leerlingen die het Nederlands nog aan het leren zijn? En hoe ga je als leerkracht om met leerlingen die weigeren te spreken, talen vermengen of bepaalde fouten blijven maken?

Hoe beoordeel je als leerkracht het taalniveau van leerlingen die thuis een andere variëteit of een heel andere taal spreken, zeker als je deze zelf niet beheerst? Hoe kan je als leerkracht vaststellen of er sprake is van een taalachterstand of -stoornis, hoe kan je hier zelf mee omgaan en wat kan je ouders adviseren?

Hoe ga je er als leerkracht mee om dat er in je klas leerlingen met heel verschillende taalniveaus zijn of zich in heel verschillende stadia van hun taalverwerving bevinden?

Welk (extra) lesmateriaal kan je als leerkracht gebruiken als niet alle leerlingen het Nederlands als instructietaal voldoende beheersen? Hoe houd je als leerkracht de kennisoverdracht op peil wanneer leerlingen de taal nog aan het verwerven zijn en hoe kan je hierbij bijvoorbeeld ook in een gevarieerder talenaanbod voorzien?

Hoeveel Nederlands krijgen anderstalige leerlingen binnen en buiten de school mee? Is dit aanbod voor hen voldoende en hoe verhoudt het zich tot het aanbod in de eigen taal?

Welke adviezen kan je als leerkracht geven aan ouders van anderstalige kinderen? Zetten zij in hun thuissituatie het best in op de ontwikkeling van de eigen taal of kunnen zij de ontwikkeling van het Nederlands op een goede manier mee ondersteunen?


Vragen van ouders

Hoe kan een meertalige opvoeding vorm worden gegeven en welke leeftijd is de beste om met een meertalige opvoeding te beginnen?

Moeten ouders thuis hun eigen taal blijven spreken of schakelen ze ook zelf beter over op het Nederlands?

Heeft een mindere beheersing van het Nederlands door de ouders een negatieve invloed op de ontwikkeling van het Nederlands van hun kinderen als ze dat thuis ook gebruiken?

Hoe kunnen ouders hun kinderen bijstaan in hun taal- of talenonderwijs en hoe kunnen ze mee bijdragen aan een positief klimaat rond meertaligheid in de klas en op school?

Is het voor een nieuwkomer die nog maar beperkt Nederlands beheerst, mogelijk bepaalde vakken meteen in een andere instructietaal dan het Nederlands te volgen, ook als deze evenmin zijn moedertaal is? Of is dat te veel tegelijk en vergroot dat achterstanden?

Bestaat er een verschil in waarde tussen talen die op school worden aangeboden en talen die thuis worden gesproken, als talen om in op te voeden of tot leren te komen? Biedt de ene taal meer voordelen dan de andere, in het algemeen of afhankelijk van de context?


Taalwetenschappers

De acht taalwetenschappers aan wie al deze vragen werden voorgelegd, zijn Orhan Agirdag (Universiteit van Amsterdam en KU Leuven), Piet Van Avermaet (Steunpunt Diversiteit en Leren, Universiteit Gent), Joana Duarte (Rijksuniversiteit Groningen en NHL Stenden Hogeschool), Guus Extra (emeritus Tilburg University), Carolien Frijns (Arteveldehogeschool Gent en KU Leuven), Jan de Jong (Universiteit van Amsterdam en Universiteit van Bergen, Noorwegen), Esli Struys (Vrije Universiteit Brussel) en Sharon Unsworth (Radboud Universiteit Nijmegen).

Naast de antwoorden op de vaak gestelde vragen bevat dit kennisdossier ook een schat aan referenties naar relevante publicaties en onderzoeksresultaten.


Maatschappelijk debat voeden

Met dit kennisdossier wil de Taalunie in de eerste plaats kennis over meertaligheid in het onderwijs ontsluiten en het bredere maatschappelijk debat voeden met feitelijke informatie.


Het kennisdossier (in het Nederlands) is integraal te downloaden vanaf de website van de Nederlandse Taalunie (in pdf).


Meer over meertaligheid.be

Meer over meertalig.nl

 

Aanvullende gegevens

Cron Job Starts